Monthly Digest – Mei

Posted by on mei 23, 2019 in Maandradar
Monthly Digest – Mei

Big Thief – UFOF

Big Thief heeft in hun vierjarig bestaan drie albums uitgebracht en ook solo zijn de leden actief. De productiviteit is wellicht te verklaren door een opzienbarende levensstijl. Drie jaar lang bijna constant touren, elke dag op een andere plek en dag en nacht bij elkaar zorgde al snel voor een pact: alles maar dan ook alles zou uitvoerig met elkaar bediscussieerd worden. Het zorgde er soms voor dat ze te laat arriveerden voor een optreden, omdat ze in een verhitte discussie waren beland over de stand van de airco in hun tourwagen. De situatie zorgde ook voor een constant ‘wie zijn we‘ en ‘wie ben ik‘ en als gevolg daarvan een intense bijna cult-achtige relatie met elkaar en een band die staat als een blok.

Het lijkt het ideale recept om hun creativiteit optimaal te benutten. Waar een deel van de songs op UFOF al uitgebreid op tour waren getest, zijn sommige songs enkele uren voor de opnames geschreven en meteen live in een take opgenomen. Verbazingwekkend, want de perfectie van alle liedjes op het album lijkt te duiden op een uitgebreide voorbereiding en eindeloos afstellen. Waar voorgangers Masterpiece en Capacity qua geluid nog een rauwe randje hadden, dat goed leek te passen bij de donkere verhalen van Adrianne Lenker, is dat geluid bij UFOF grotendeels gewijzigd.

Big Thief koos ervoor ditmaal voor het materiaal uitvoerig af te mixen en in sommige gevallen wat rijker te arrangeren en soms geluiden toe te voegen.  Het maakt van UFOF een haast perfect album. Subtieler en zachter maar daardoor juist ook gedurfder als zijn voorgangers. Die donkere verhalen (UFOF moet spacey opgevat worden) passen hier nog beter bij. Een soort alternatieve indie soft-rock waar het type songwriting van Elliot Smith gecombineerd wordt met de gladheid van Fleetwood Mac. Zelfs de diepgewortelde hater van singer-songwriters zal toe moeten geven dat Lenker een van de meest getalenteerde schrijvers van deze tijd is. Een nummer als ‘Orange‘ kann gewoon niet melancholischer. Nummers als CattailsCentury en Strange zijn extreem subtiel maar onbeschrijflijk mooi. En zo moet eigenlijk elk afzonderlijk nummer op deze plaat de hemel ingeprezen worden. De teksten, de instrumentatie die in dienst van elkaar staat, de intense zang van Lenker. UFOF is het resultaat van een hecht collectief, optimaal op elkaar ingespeeld en losser dan ooit. Warm, dromerig maar met een donker randje.

Black Flower – Future Flora

Hybride jazz gebaseerd op Ethio-orientale melodieen en psychedische dub. Zo adverteert het Gentse vijftal haar muziek en wij zijn verkocht. Als rode lijn door derde album Future Flora loopt het idee van de kracht van planten en de significantie van het behoud en toekomst ervan. Het thema is mooi maar hun eigen stijlverstuivingen zijn interessanter. Heerlijke ritmes en baslijntjes, organische synths en blazers die van oost naar west gaan en weer terug en vooral die volop aanwezige groove maken Future Flora bij tijd en wijle onweerstaanbaar.

Lee Scratch Perry –  Rainford

De enorme impact die Lee Scratch Perry heeft gehad op de ontwikkeling van muziek mag niet onderschat worden. Eerst door Bob Marley naar het reggaefront te sturen en talloze reaggae-klassiekers te produceren, daarna door eigenhandig dub uit te vinden. Zonder Perry zou dance een totaal ander gezicht hebben. Geen dub-techno, jungle of dubstep. Maar ook het geluid van ontelbare bands, DJ’s en groepen zou zonder Perry anders hebben geklonken. Naast legende groeide Perry gauw uit tot excentriekeling, raakte hij het spoor bijster door bizarre acties en werd zijn discografie een niet meer te volgen boekwerk vol wazige niet luisterbare broddelwerkjes.
Gelukkig heeft Perry de laatste jaren weer het licht gezien en heeft vriend en dubreggae-producer Adrian Sherwood bijgedragen aan meer structuur én heerlijke beats. Sherwood hanteert nieuwe muzikale ideeen en een hedendaags geluid (hier en daar invloeden van jungle en dubstep), maar verliest de dub van de oude masters niet uit het oog. Hij fungeert als een perfecte opdiener voor Perry, die hierdoor weer opvallend fris klinkt. Een verademing dus, dit album van de Upsetter.