2025 loopt op zijn einde, en wat voor muzikaal jaar was het. Geen duidelijke uitschieters die overal bovenuit staken (Behalve Billy Woods), maar juist een overvloed aan geweldige releases in alle hoeken van het muzikale spectrum. Van rap tot indie, en van gevestigde namen tot bands die alle kanten opgaan qua genres. Het was lastig om een volgorde in de lijst aan te brengen, simpelweg omdat er zóveel goeds was. Dus luister vooral alles! Ook live viel er veel te beleven, met Radiohead in Berlijn als absoluut hoogtepunt. Dus, geniet van onze dwarsdoorsnede van een rijk en veelzijdig muziekjaar. Tot 2026!
1. Billy Woods – GOLLIWOG
Het album GOLLIWOG van Billy Woods, is een indrukwekkend en conceptueel sterk project dat een breed scala aan samenwerkingen en producties samenbrengt. Woods grijpt het racistische icoon van de golliwog-pop aan als terugkerend symbool in een plaat die niets of niemand spaart. Hij duikt diep in postkoloniale trauma’s, zwarte identiteit, en het ongemak van overleven in een wereld die steeds meer vervreemdt. Maar ondanks de zware thematiek klinkt GOLLIWOG nergens geforceerd: de urgentie is voelbaar, het vakmanschap onmiskenbaar.
GOLLIWOG vraagt je aandacht, en misschien een zekere tolerantie voor ongemak. Maar voor wie de tijd neemt, is het een van de meest meeslepende, relevante en ongenadig eerlijke hiphopreleases van het decennium. Een klassieker in wording en voor ons de onbetwiste nummer 1.
2. Joanne Robertson: Blurrr
Blurrr is een ingetogen plaat waarin Joanne Robertson met minimale middelen een wereld van schaduwen en herhaling improviseert, naar eigen zeggen bijna terloops tussen het schilderen en het opvoeden van haar pasgeboren kindje door. Het album doet denken aan een donkere, en soberdere Adrianne Lenker. Veel meer ingrediënten dan Robertsons stem, een laag gestemde gitaar en af en een heel subtiele cello zijn het niet, daarmee kruipt haar muziek langzaam maar doelgericht naar binnen en gaat onder je huid zitten, zonder zich ooit op te dringen.
3. Saya Gray – SAYA
Saya laat zien hoe Saya Gray pop, R&B, soundscapes, fingerpicking, trip-hop en een hoop experimenten combineert tot iets persoonlijks en ongrijpbaars, met een stem die de songs draagt. Door die mengelmoes van stijlen balanceert de muziek tussen structuur en vrijheid, waarbij het album wel echt een eenheid vormt in tegenstelling tot haar eerdere EP’s. De producties zijn vaak rijk en vol lagen, met onverwachte overgangen en geluiden. Tracks zoals H.B.W. en EXHAUST THE TOPIC laten zien hoe Gray durft te spelen met sfeer en textuur.
4. Jeff Tweedy – Twighlight Override
Jeff Tweedy’s nieuwe soloalbum Twilight Override is een ambitieus driedubbelalbum van 30 nummers! Door de lange staat van dienst als singer‑songwriter en frontman van Wilco (#fanboys) straalt het vakmanschap er van af, hij combineert folk, rock, jazz en experimentele pop in uitgestrekte, persoonlijke songs die diep graven in thema’s als de tijd en de zoektocht naar betekenis. Waar niet al het solo werk van Tweedy ons heeft gegrepen, voelt dit album als een heerlijke twee uur durende verkenning van Tweedy’s creatieve geest en muzikale geschiedenis. Een soort schoolreisje.
5. Wednesday – Bleeds
Er zijn weinig bands die een grens bewandelen tussen Black Flag en Alanis Morissette; Bleeds is een plaat waarin alt.country afgewisseld wordt met scheurende gitaren, zware distortion en fuzz. De teksten zijn soms lomp en direct, terwijl de melodieën op het eerste gezicht vrolijk lijken door de pedalsteel. Het is muziek die misschien niet blijft hangen over tien jaar, maar nu wel echt intrigeert en vasthoudt. Zelf vinden ze dit ook hun beste plaat van de zes.
6. Tamino – Every Dawn’s A Mountain
Every Dawn’s A Mountain is het derde studioalbum van de Belgisch-Egyptische singer-songwriter Tamino, grotendeels geschreven in New York en uitgebracht op 21 maart 2025. Het album klinkt soberder en ingetogener dan zijn eerdere werk, met minimale arrangementen waarin Tamino vooral zichzelf begeleidt op de ʿūd en zang. Thema’s zijn reflectie, liefde, verlies en introspectie. De openingstrack My Heroine is fragiel en emotioneel geladen, Babylon combineert westerse en Arabische invloeden, en er is een duet met Mitski (Sanctuary). Met het prachtige Amsterdam sluit hij het album af, net zoals het concert in de AFAS.
7. Rosalia – LUX
Rosalia had ons nog niet eerder gegrepen, waar ze als een van de grootste talenten geldt van de popwereld. “Andere generatie”, “We worden oud”, maar voor Lux vielen we toch echt wel. Rosalía kiest voor een persoonlijke benadering waarin flamenco-invloeden subtiel verweven zijn met klassieke, symfonische elementen en elektronische texturen. De muziek klinkt bedachtzaam en gecontroleerd. Het resultaat is een album dat langzaam steeds meer impact maakt en wellicht uitgroeit tot het meesterwerk van deze generatie.
8. FKA twigs – Eusexua
Op Eusexua balanceert FKA Twigs ergens tussen elektronische clubmuziek en experimentele pop, met Twigs’ stem als onmiskenbaar ankerpunt temidden van strakke productie en ritmische vernuftigheid. De thematiek draait rondom lichamelijkheid en controle, vaak voelbaar in de gedoseerde spanning tussen stilte en beat. Het is een album waarin elk geluid precies lijkt te passen.
9. EFDEMIN – POLY
Techno blijft toch altijd in ons hart zitten, ook al zijn onze ‘actieve’ jaren voorbij. Af en toe keihard losgaan kon dit jaar uitstekend met Surgeons knaller album SHELL~WAVE. Maar het genre leent zich ook erg goed voor de huiskamer, zonder dat die persé moet veranderen in een donker stinkend hol. Neem Poly van Efdemin, de Berghain resident dj en symbool van de ooit zo levendige Berlijn scene. Nooit ver weg van recht voor zijn raap 4×4, is het toch vooral nuance en subtiliteit die Poly voortstuwen. Het gloedvolle ‘Trophic Cascade’ tintelt je oorschelpen door subtiele opbouw en kleine veranderingen en toevoegingen die je letterlijk van links naar rechts doen wiegen. Eenzelfde aanpak hoor je op ‘Aachen’ en ‘Poly’, terwijl ‘Microphase’ even de bocht uitvliegt. Maar het is de ingetogen, haast academisch precieze aanpak die Poly een van de beste tecno albums van dit jaar maakt.
10. Eefje de Visser – Vlijmscherp
Vlijmscherp is eigenlijk onderdeel van een dubbelaar, nameijk het vorig jaar uitgekomen Heimwee. In tegenstelling tot kant A legt Eefje op kant B de focus op ritmische klanklandschappen en elektronische laagjes, waardoor de plaat soepel beweegt tussen stiltes en dansbare momenten. Ze heeft echt een briljant gevoel voor melodie en timing.
11. Stereolab – Instant Hologams on Metal Film.
Na 15 jaar is onze favoriete Frans-Engelse groep terug. Terug van nooit weggeweest en quirky als altijd is Instant Hologams on Metal Film. Een logisch vervolg op het geluid wat Stereolab al jaren zo herkenbaar maakt. Voorop de o-zo kenmerkende coole zang van Laetitia Sadier met een keur aan opmerkelijke geluiden en instrumenten uit Moogs, analoge bliepjes en triangeltjes uit synthesizers, los van de ‘klassieke’ indierock gitaren en drums. Zo creert Stereolab wederom een compleet eigen universum om je in te verliezen.
12. Heartworms – Glutton for Punishment
Glutton for Punishment is het debuutalbum van Heartworms (Jojo Orme), een duistere en intense mix van post-punk, indie-goth en industriële klanken met scherpe teksten en een beklemmende sfeer. Het album is geproduceerd door Dan Carey en opent met een spanningsvolle intro gevolgd door dynamische nummers zoals Just To Ask A Dance en Jacked, terwijl thema’s als controleverlies, obsessie en isolement terugkomen. De slottrack Glutton for Punishment vat het album samen met een ingetogen opbouw die naar een intense finale leidt, waardoor het een krachtig, compromisloos debuut is dat een eigen ruimte opeist.
13. From The Pyre – The Last Dinner Party
The Last Dinner Party blijft trouw aan een melodramatische rockesthetiek die refereert aan art-rock en barokpop, waarbij dramatische melodieën en ritmische precisie hand in hand gaan. De plaat voelt soms alsof elke passage zorgvuldig georkestreerd is, wat wat statische kan worden, maar juist dáárdoor het vakmanschap toont dat onder de oppervlakte ligt. Het is een album dat je niet meteen valt, maar waarin steeds nieuwe lagen te ontdekken zijn.
14. Water From Your Eyes – It’s a Beautiful Place
Weer zo’n band die all over the ‘genre’ is. It’s a Beautiful Place speelt indie-structuren en noise-elementen die elkaar langs en door elkaar heen vinden. De zang van Rachel Brown klinkt vaak afstandelijk of bijna terloops, wat contrasteert met de nerveuze instrumentatie. Tekstueel blijft veel impliciet; zinnen voelen fragmentarisch en laten ruimte voor interpretatie, alsof betekenis net buiten bereik blijft. Een heerlijke – met 29 minuten een erg korte – plaat.
15. Oneohtrix Point Never – Tranquilizer
Tranquilizer voelt als een plaat die voortdurend balanceert tussen rust en ontregeling, met elektronische lagen die langzaam verschuiven en elkaar net niet vastgrijpen. Oneohtrix Point Never speelt met herhaling en textuur, waardoor de muziek eerder een toestand wordt, dan een verzameling nummers. Het is een album dat zich geleidelijk in het hoofd nestelt. De eerste luisterbeurten hadden we er nog wat moeite mee.

16. Little Simz – Lotus
Op Lotus laat Little Simz horen op haar meest scherpe moment. Het album balanceert tussen persoonlijke verhalen en zelfverzekerde kracht: directe teksten, strakke beats en een artistieke vrijheid die haar positie als een van de sterkste stemmen van haar generatie onderstreept. Wij zagen haar in 2019 op Into The Great Wide Open, waar ze toen al enorme zeggingskracht had. Dat gevoel hoor je hier terug. Hoogtepunt is het nummer met onze favoriet Michael Kiwanuka.
17. Turnstile – Never Enough
Met Never Enough verlegt Turnstile opnieuw grenzen van wat hardcore punk kan zijn door invloeden uit alt-rock en pop te omarmen. De energie is nog steeds scherp als in hun voorgaande albums, maar de scherpe kanten zijn wat afgerond en afgevlakt ten gunste van toegankelijkere hooks. Het is een plaat die zowel oude fans kan behagen als nieuwe luisteraars wegwijs maakt in hun brede geluid. Soort Band of Horses on steroids.
18. Big Thief – Double Infinity
Double Infinity klinkt als een verzameling ideeën die ruimte krijgen om te groeien, waarbij Big Thief hun kenmerkende intimiteit koppelt aan een ruwe energie. De songs voelen losser en minder gepolijst, wat de plaat juist een directe aantrekkingskracht geeft. Het heeft echter niet de impact die eerder platen maakte.
19. Alan Sparhawk × Trampled by Turtles – Alan Sparhawk × Trampled by Turtles
Deze samenwerking koppelt Sparhawks (Low) sobere, bijna minimalistische benadering aan de americana-arrangementen van Trampled by Turtles, met een gemeenschappelijke interesse in melancholie en ruimte. Het resultaat is ingetogen maar overtuigend, zonder spectaculaire wendingen maar met een constante aantrekkingskracht. Weer iets dichter bij Sparhawks heimat dan zijn White Roses, My God.
20. Bonnie “Prince” Billy – The Purple Bird
Bonnie “Prince” Billy (Will Oldham) heeft met The Purple Bird een nieuw album uitgebracht waarin hij zijn mix van folk en country verder verkent. Het album is opgenomen in Nashville met producer David “Ferg” Ferguson en diverse sessiemuzikanten, en combineert rustieke instrumentatie met introspectieve teksten en uiteenlopende thema’s zoals existentiële worsteling, vriendschap en levensvergankelijkheid. Hoogtepunten zijn onder andere Sometimes It’s Hard to Breathe, London May, Downstream en Is My Living in Vain, afgewisseld met traditionele country-elementen in Our Home.
21. Robin Kester – Dark Sky Reserve
Na het indrukwekkende debuut Honeycomb Shades klinkt Kester hier zelfverzekerder dan ooit. Haar warme zang neemt je bij de hand, wijst kalm en trefzeker de weg in liedjes. Haar stijl wordt weleens vergeleken met Beth Gibbons, wellicht geen toeval dat het album in de thuishaven (Bristol) van Portishead is opgenomen. Muzikaal zwerft ze door verschillende decennia — van sixties-baslijnen en seventies-psychedelica tot eighties-synths — en smeedt die tot een subtiel, eigentijds geheel, vol onverwachte tempowisselingen en sfeershifts. In haar naar donkerte neigende teksten zoekt Kester naar verbinding, met zichzelf en met anderen, terwijl de muziek juist helder en trefzeker blijft.
22. The Bug vs the Ghost Dubs – Implosion
Uitgekeken naar deze release. The Bug (Kevin Martin) staat al decennia garant voor bassen die altijd geworteld in Jamaica meerdere dubgenres hebben ingeleid en opgerekt. Ghost Dubs (aka Jah Schulz, Michael Fiedler) maakte vorige jaar al indruk met Damaged, waar zijn dub dodelijk simpel en effectief is. Samen brengen ze nu dus Implosion. De titel en albumhoes vertellen eigenlijk meer dan woorden, en dan uitgebracht op The Bugs label met de naam PRESSURE zet het puntje op de i. Lood maar dan ook echt loodzwaar spul dat trager dan traag voortstuwt. Misschien niet opzetten bij een bakje koffie met de buren, maar jeetje, dit trilt en drilt je dagelijkse sores zo je lijf uit.
FIN.