King Midas Sound – Solitude

Posted by on mrt 1, 2019 in Recensies
King Midas Sound – Solitude

Een album over een stukgelopen relatie en haar nasleep uitbrengen op valentijnsdag is een heerlijke zet. King Midas Sound (producer The Bug/Kevin Martin en dub-dichter Roger Robinson, dit keer zonder zangeres Kiki Hitomi), keert na bijna 4 jaar terug met een onvoorstelbaar sterk album. Leidraad is de spoken word van Robinson, die verhaalt over een relatie die uiteen is gespat en de daaruit voortvloeiende eenzaamheid, zelfhaat, woede, rancune, paranoia en depressiviteit. Het thema liefdesverdriet en verlies is tot vervelends toe behandeld in muziek, maar Solitude geeft het een andere, buitenaards intense dimensie.

King Midas

In de eerste nummers doet Robinson (nog engiszins neutraal) uit de doeken hoe het langzaam allemaal spaak liep. Zijn Caribisch-Brits, diep-donker dwingende stem drijft door de soundscapes van Martin. Robinsons woorden nestelen zich langzaam een voor een in. “We float through different parts of the house like a chess game” vertelt hij in You Disappear. In Who maakt rancune zich meester van het hoofdpersonage: “I wonder who she’s sleeping with now, mijmert Robinson. En over de opeens veranderde gewoontes van zijn ex: “Strange, when we were together she ‘d never do anything like that… She never tried new things”. Wanneer de paranoia opkomt zet Martin een dikke echo op Robinsons stem: “Her friends pretend they can’t see me as they pass me on the street, like I’d become invisible”. Het hoofd tolt en het effect wordt bijna misselijkmakend als Robinsons stem wegebt en de angstaanjagende geluidsmuur aanzwengelt: “We used to spend all our time together, and now… nothing”.

Dat het daarna nog donkerder wordt is haast niet voor te stellen. De neerslachtigheid druipt van Robinson af in The Lonely en Bluebird. “I can see the lonely in my face…..I am not angry, I am just empty”. Je ziet het hoofdpersonage voor de spiegel staan, waar hij zijn eigen afgetekende gezicht urenlang bekijkt terwijl zelfhaat en zelfmedelijden vechten om de meeste aandacht. In Bluebird (geinspireerd door een gedicht van Bukowski) doemt het beeld op van een verwaarloosde man in een aftanse donkere kamer, zijn emotieloze hoofd geaccentueerd door het licht van de televisie. Depressiviteit ten top.

Martins begeleiding is kil en desolaat. Zijn synths hebben een dichte textuur. Soms is er een enkele piano of een weidse alles opslokkende vibrerend diepe bas. Er is geen enkel sprankje hoop in deze muziek, net zoals er in Martins woorden geen enkel teken van herstel aan het licht komt. Of het moet het melancholische slotnummer X zijn, waarin het hoofdpersonage met alle exen bij elkaar komt. Ze eten Pad Thai en ontleden de psyche van het vrouwelijk personage: „But now I know, the monster is you“, om te concluderen;  „I still miss her“.

Solitude  laat je achter in een steeds dieper zinkend gat, laat je hoofd rondtollen en maakt het zwart voor je ogen nog zwarter. Geen idee of dit nog wel als muziek bestempelt moet worden. Maar een luisterervaring die je emoties zo vermorzelt is simpelweg geniaal. Nog nooit zoiets troosteloos, guur en akeligs gehoord. Valentijnsdag zal nooit meer hetzelfde zijn